De Nieuwe Hollandse Waterlinie bestrijkt een aaneengesloten gebied dat loopt van Muiden en het IJsselmeer tot de Biesbosch. Het gebied ontleent naam en samenhang aan het feit dat het door een samenstel aan forten, dijken en andere verdedigingselementen een belangrijk instrument was in het defensiestelsen van het land. Water was daarbij onze natuurlijke bondgenoot, door delen van het gebied bewust onder water te laten lopen en op strategische punten militaire verdedigingsposten in te richten. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de Waterlinie zijn militair-strategische waarde verloren, maar het is inmiddels tot een cultuurhistorisch monument van nationale allure bestempeld en wordt ook als zodanig erkend. Daarmee is de vraag ontstaan hoe we in de toekomst om moeten gaan met dit gebied.