Orale poëzie: gedichten om op het podium tot klinken en leven te laten komen, teksten van hart tot hart, van ziel tot ziel. Kan dit oeroude dichterlijke genre wel tot leven komen op papier, ook zonder de levende adem en stem van de maker? Of is orale poëzie per definitie afhankelijk van een specifieke situatie; deze ene unieke gelegenheid waarin ze ten gehore wordt gebracht? De gedichten opgenomen in "het Hoogste Woord" hebben hun functie op het podium al veelvuldig bewezen, maar worden voor het grootste deel nu pas in drukvorm weergegeven - voornamelijk ook op verzoek van enthousiaste toehoorders. In een enkel geval is teruggegrepen naar vroeger, zodat de lezer de eerste schreden van Vinkenoog als podiumdichter nog eens kan herbeleven in zijn rol als poëtisch experimenteel. Voorbeelden hiervan zijn: enkele poetry & jazz-voordrachten, gehouden in de Amsterdamse jazzclub Shéhérézade (1963) en werk dat Vinkenoog presenteerde bij de roemruchte manifestatie Poëzie in Carré (1969).