Komt de lente niet op gang, Wees voor een schrale zomer bang. Maakt oktober veel gedruis, Dan is het met de wijn niet pluis. Als de koeien tezamen loeien, Is er onweer aan het broeien. Drie regenbogen boven elkaar: Drie regenweken voorwaar. Het ontstaan van weer- en kalenderspreuken gaat vele eeuwen terug. Onze voorouders waren volledig afhankelijk van het weer en hielden het dan ook nauwkeurig in de gaten. Hun observaties goten ze in volkse versjes, die gemakkelijk in het geheugen blijven hangen. In sommigen van deze versjes zit zeker een grond van waarheid en die kun je gebruiken om het weer te voorspellen. De meesten zijn echter vooral van belang uit folkloristisch en linguïstisch oogpunt. Weerspreuken geven namelijk een beeld van het leven, het geloof en het taalgebruik van onze voorouders. Met dit boek krijg je dagelijks een nieuwe portie weer- en kalenderspreuken. Gerard Verbeek verzamelde in zijn carrière als leerkracht meer dan 3000 spreuken. De spreuken worden