Nadat in 1986 de Russische partijleider Gorbatsjov het initiatief genomen had het aantal strategische wapens - zware raketten en bommenwerpers met een reikwijdte van meer dan 5000 km. - te halveren en het jaar daarop een accoord had weten tot stand te brengen tot opruiming van alle vliegtuigen en raketten met een bereik van 500 tot 5000 km., waartoe de Russische SS-20 en de Amerikaanse kruisraketten en Pershings-II behoorden, waren op het Europese ´wartheatre´, zoals in het NATO-jargon het Avondland wordt genoemd, er nog slechts tactische kernwapens overgebleven. In 1987 stelde Gorbatsjov voor ook deze wapens - de Russische SS-21 en -22 en de Amerikaans Lace-raketten te vernietigen. De NATO-generaals, onder wie de Duitse, vonden echter dat het nu welletjes met de wapenvermindering was geweest. Ze waren niet van plan hun kortedrachtswapens, waarvan een nieuwe versie in ontwikkeling was, naar de schroothoop te verwijzen. Premier Thatcher en president Bush die zich ergerden aan het