Derrida's eigenaardige spreken in ontkenningen met betrekking tot de grenzen van ons denken wordt door velen geïnterpreteerd als een eerherstel van de aloude negatieve theologie. Hijzelf nam voortdurend afstand van een dergelijke visje; het denken van de deconstructie kan niet verbonden worden met een vorm van mystiek die nog probeert een superwezen, aan gene zijde van het Zijn, te bevestigen. In deze fascinerende tekst, met tal van lagen dimensies, laat Derrida zien wat er precies met de 'negatieve theologie' in het geding is en waarin deze verschilt van en overeenkomt met zijn eigen denken. Deze voordrachtkaninmeerdereopzichterialseensleuteltekstwordenbeschouwd. Het is een tekst waarin tal van Derridiaanse motieven elkaar kruisen: oudere als die van het spoor, het schrift en het supplement, maar ook latere als die van de belofte, het geheim en het gebod.