In 2000 lanceerden de Europese regeringsleiders in Lissabon een ambitieuze visie op de toekomst van Europa, met als punt op de horizon het jaar 2010. In 2000 stond Europa er uitstekend voor: de economie zat in de lift, de werkloosheid was relatief laag en de vooruitzichten waren allerwegen optimistisch. Voortbouwend op dat positieve gevoel werd de Lissabon Agenda opgesteld. In tien jaar tijd zou Europa moeten uitgroeien tot de meest dynamische en concurrerende kenniseconomie ter wereld met een arbeidsparticipatie van 70 procent en een economische groei van 3 procent. De Lissabonagenda beloofde ook dat maatschappelijk welzijn en sociale cohesie hand in hand zouden gaan met economische groei. Voor de realisatie werd aan informatie- en communicatietechnologie (ICT) een groot belang toegekend. Een florerende kenniseconomie zou er niet komen zonder digitale technologie. Anno 2010 lijkt het welhaast ongepast om dat rooskleurige beeld van economische groei en maatschappelijk welzijn nog