Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme na 1800. Jaargang 20. Deze bundel belicht de veelkleurige geschiedenis van de zending, die in de achttiende en negentiende eeuw op veel aandacht en ondersteuning van het thuisfront kon rekenen. Sinds de achttiende eeuw voelen westerse christenen zich persoonlijk geroepen om het evangelie te brengen in de ‘heidenwereld’. Er ontstonden, ook in Nederland, tal van particuliere, gewoonlijk niet-kerkelijk gebonden organisaties die aandacht vroegen voor de zending, door middel van bidstonden, diverse publicaties, zendingsfeesten en lezingen door zendelingen met verlof. Kinderen spaarden een maandagscent voor het zendingsbusje, of verzamelden melkflesdoppen, theelood, gebruikte postzegels en oud papier. Brede lagen van de bevolking maakten zo kennis met de mensen in de niet-westerse wereld. Deze bundel studies vraagt aandacht voor dit onderbelicht aspect van de geschiedenis van de negentiende en twintigste