"Job"- het leed, het vuil en de laster is een literatuurwetenschappelijke studie die zich prima richt op de prozasecties aan begin en einde van het bijbelboek "Job". Deze worden bestudeerd met het oog op hun relevantie voor de interpretatie van het hechte structuur en de homogene intrige van het hele "Job".Het verhalende deel van "Job" - in twee blokken gelokaliseerd - wordt hier opgevat als een impliciet metadiscours. De methodische opbrengst ervan is erop gericht een leeswijzer aan te bieden voor een adequate interpretatie door een actieve lezer die de hele tekst "Job" wil exploreren.