Opeenvolgende kabinetten bepleitten al enkele decennia publiek-private samenwerking (PPS). Het parlement liet PPS niet op zijn beloop. Er moest meer gedaan worden met marktpartijen. Die stimulansen waren begrijpelijk. Het meer realiseren van grote infrastructurele projecten paste en past in een streven naar 'meer markt'. Met PPS is meer kennis van marktpartijen te benutten voor de aanleg van wegen, bruggen en tunnels, kunnen projecten voor minder budget gereed komen en kan Rijkswaterstaat afslanken. Hoe veelbelovend PPS ook leek en lijkt, de vraag is: is er de afgelopen jaren ook wat van PPS terechtgekomen?Aanvankelijk kwam PPS bij grote infrastructurele projecten nauwelijks van de grond. De weerstand was heftig. Hield Rijkswaterstaat uitverkoop? In Engeland bleek PPS te kunnen en private ondernemingen wilden ook PPS. Intussen liep de politieke druk op. Rijkswaterstaat kon niet ontkomen aan PPS, er volgde een 'showcase' en er werd ervaring opgedaan. Parlementaire druk bleef en