Toemf is het gelukkigste olifantje in Afrika, tot de verschrikkelijke dag dat ivoorstropers zijn ouders ombrengen. Maar Toemfs liefhebbende tantes hebben hem een lied geleerd - een heel bijzonder lied - dat eigenlijk een reis is over de landkaart. Toemfs reis wordt een nachtmerrie, maar hij vindt vrienden. Dat zijn een Gadelaar (een gier die net doet alsof hij een adelaar is), een schildpad die graag redevoeringen afsteekt, een brutaal aapje dat als de dood is voor zijn ouders, en een slang met een ijsvogel-blauwe staart. Maar er is ook het heel rottig ongedierte... Door Afrika's woestijnen en moerassen, water en land, vrolijk en verdrietig, trekt Toemf op zijn zoektocht naar het geluk.