Tussen 1940 en 1954 bereikten Nederlandse, Surinaamse en Antilliaanse onderhandelaars, in de schaduw van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, een akkoord over het op nieuwe leest schoeien van de onderlinge relaties. Het 'Statuut' vormt nog steeds de constitutionele basis van het Koninkrijk der Nederlanden. Knellende Koninkrijksbanden biedt een analyse van de totstandkoming en werking van deze nieuwe rechtsorde. De belangrijkste politieke gebeurtenissen komen aan de orde: de Curaçaose revolte van mei 1969, de onafhankelijkheid van Suriname, de status aparte van Aruba en het dreigende uiteenvallen van het Antilliaanse staatsverband. Uitvoerig worden verder thema's besproken als de ontwikkelingssamenwerking (de 'gouden handdruk' aan Suriname, de Antilliaanse 'hulpverslaving'), de exodus richting Nederland, en de rol van culturele samenwerking en vooral cultuurverschil binnen het transatlantische Koninkrijk. Het boek schetst een levendig beeld van een bewogen en nog steeds