De jonge visserszoon Asher is niet gelukkig met zijn bestaan in het bekrompen dorp van zijn jeugd. Zijn moeder is jaren geleden op tragische wijze overleden, dagelijks ruziet hij met zijn vader, de pesterijen van zijn zes broers is hij meer dan zat. In zijn wanhoop besluit Asher zijn fortuin en levensgeluk te zoeken in het verre Dorana, de hoofdstad van het koninkrijk Lur, land van prinsen, bedelaars, huurlingen en met magie begiftigde Doranen, de krijgermagiërs die het koninkrijk al eeuwenlang met hun magie beschermen. Asher heeft het geluk aan zijn zij. In de straten van Dorana dwingt hij het op hol geslagen paard van de Doraanse kroonprins Gar tot stilstaan. Gar, die geen enkel talent voor magie heeft en daarom het zwarte schaap van de koninklijke familie is, biedt hem een baantje aan in de koninklijke stallen. Wat Asher echter niet weet, niet kán weten, is dat de leden van een geheim genootschap, dat zich tot taak heeft gesteld een eeuwenoude vorm van magie weer tot leven te