Renée van Riessen schrijft muzikale, onmoderne poëzie op de grens tussen filosofie en mythologie. Alles kan bij haar uitgangspunt worden voor een gedicht: het schoonmaken van de keuken, een tekst van Aristoteles, de ratten op de boerderij waar ze geboren werd, het kerstverhaal, of het kopje waar haar oma altijd uit dronk.Soms komen dieren en mensen, levenden en doden, natuur en stof samen in een kosmische dans. Op andere momenten valt de dans stil en zijn alleen de krekels nog te horen. Ze verstoppen zich in het gras of in de keuken. Hun simpele gekras lijkt op een mantra die de leegte vangt. Een droog geluid dat de wereld nog even bij elkaar houdt.Renée van Riessen is dichteres en docent filosofie. Ze werd in 1954 in Lunteren geboren, is moeder van twee dochters en erg gehecht aan de landschappen van de Veluwe en de IJssel. Bij Uitgeverij Bert Bakker verschenen eerder Jagend licht (1984), De vrouw en de trommel (1987) en Gevleugeld/ontvleugeld (1997). Krekels in de keuken is haar