De jonge lerares Anne vliegt van Kopenhagen naar de voormalige Deense kolonie St. Croix in het Caribische gebied. Daar wil ze haar scriptie over een slavenoproer afronden. Maar eigenlijk wil ze er vooral achter komen wie twintig jaar geleden haar vader heeft vermoord. Het enige wat ze zich herinnert is een nacht met maneschijn, een bloedend lichaam op het strand, gillende, rennende mensen. Maar de moord wordt doodgezwegen en Anne verhuist onmiddellijk met haar moeder terug naar Denemarken. Wie had er in godsnaam baat bij de boekhouder van de West-Indische Compagnie te vermoorden? Anne's onderzoek is blijkbaar niet gewenst. De mensen die haar vader kenden, willen of kunnen zich niets meer herinneren. Het pension waar ze woont wordt zelfs in brand gestoken. Uiteindelijk helpen een dagboek uit de 18de eeuw en haar toenmalige kindermeisje haar toch steeds dichter bij de waarheid te komen. Maar ze durft de feiten eerst niet onder ogen te zien...