In 1826 deed de Engelsman John Walker een handige uitvinding. Hij doopte een dun stokje in een door hem bedacht mengsel van chemische stoffen dat, als het over een ruw oppervlak werd gestreken, ging ontbranden, de lucifer was geboren. Vanaf dat ogenblik werden grote en kleine voorwerpen gemaakt om deze lucifers in te bewaren en om ze op aan te steken. Deze lucifershouders zijn in vele verschillende vormen en van zeer verschillende materialen gemaakt en altijd voorzien van een ruw of geribbeld aanstrijkvlakje. Zo waren er kleine luxueuze zilveren doosjes, die men in de zak kon steken of aan een horlogeketting kon hangen. Ook maakte men eenvoudige lucifershouders van dik porselein voor huishoudelijk gebruik of - met reclameteksten - voor op cafétafels. Soms maakte men van fijn porselein sierlijke beeldjes, waarbij als onderdeel van het tafereel een bakje en een geribbeld strijkvlak waren opgenomen, bijvoorbeeld als een tobbe en een wasbord.