Deze omnibus bevat drie familieromans waarvan de eerste twee bij elkaar horen. In "Wie geen helper heeft" ontfermt een jong echtpaar zich over een meisje. Deze Petra is de hoofdpersoon in "Toen de meidoorn bloeide": door huwelijksproblemen ontdekt zij met haar problemen te hebben afgerekend. "Ontmoeting onderweg" beschrijft de wederwaardigheden van twee vriendinnen. Voortkabbelende romans met een protestants-christelijke inslag.