Met beren en apen refereerde men in het jargon van de boekarbeiders, in de 19e eeuw, aan respectievelijk de boekdrukkers en de letterzetters. Boekdrukkers werden beren genoemd omdat men hen zag als ongemanierde, grove, ruwe lomperds. De introductie van de mechanische drukpers - en dus ook de machinegeleider - versterkte het beeld van de minder of weinig geschoolde drukker als 'ongelikte beer' alleen maar. De zetter dankte zijn koosnaam aan de snelle, aapachtige armbewegingen waarmee hij karakters uit zijn letterkast haalde om op zijn zethaak te plaatsen.