Ondanks haar beschermende leven in het Victoriaanse Engeland was Mary Kingsley vastbesloten om de inheemse cultuur en religieuze gebruiken in de Afrikaanse wildernissen te bestuderen. Zonder reiservaring of kennis van Afrikaanse talen en zonder enige bescherming zette ze koers naar West-Afrika, om gevaren te trotseren in gebieden waarvan bekend was dat er kannibalen woonden en waar de leefomstandigheden uiterst primitief waren. Altijd gekleed als een Europese dame in lange rokken en strakke lijfjes, baande ze zich met een kapmes een weg door het dichte regenwoud en gebruikte ze haar paraplu om nijlpaarden op afstand te houden, waarbij ze uithoeken van het continent bereikte waar nog nooit een Europeaan voet had gezet.In een tijd waarin het uitgesloten was om als vrouw onafhankelijk te zijn, was Mary Kingsley als ongetrouwde en onbeschermde vrouw in een ver land zonder bezittingen en transportmiddelen een toonbeeld van vrijheid.In Reizen in West-Afrika doet ze op humoristische wijze