Tussen 1945 en 1950 voerden in Indonesië 200,000 militairen in Nederlandse dienst een oorlog die achteraf zou worden beoordeeld als zinloos, 'fout' zelfs. Zeventig jaar later is deze grootste Nederlandse militaire operatie ooit nog steeds een open zenuw - vergeten, verzwegen, nooit uitputtend onderzocht. Er is sprake van oorlogsmisdaden, maar hoe systematisch dit aan de orde was blijft onduidelijk. Dit boek onderzoekt of, en hoe, militairen zelf in brieven, dagboeken en memoires schreven over oologsmisdaden. Het onderzoek van alle bekende gepubliceerde egodocumenten, zo'n zevenhonderd, leverde echter veel meer inzichten op. Over de spanning tussen geloof in een Nederlandse missie en de weerbarstige realiteit ter plekke; over angst en schaamte; over frustraties over de militaire politieke leiding; over verveling, en boosheid over verloren jaren; over de ontmoeting van polderjongens met een exotische wereld; over begrip en onbegrip voor indonesiërs en het nationalisme; over