Toontje woont bij zijn twee vaders in Driebergen. Hij houdt van alletwee evenveel. Toontje wil liever geen Toontje meer zijn. Hij wil veel liever Toon genoemd worden. Maar iedereen noemt hem Toontje, omdat hij maar zo'n klein ventje is. Toontje vindt dat helemaal niet leuk. Hij vindt zichzelf al groot. Veel groter dan hij eruitziet. En nu moet Toontje een spreekbeurt houden. Die moet gaan over een held uit het verleden. Er is alleen één probleem. Toontje kent nog niet zoveel helden uit het verleden.