Haar oudtante Baba richtte in Shanghai de Vrouwenbank op en haar vader werd bekend als 'de wonderjongen', die ijzer om kon zetten in goud. Maar zijn rijkdom droeg er slechts toe bij dat zijn vijfde kind, Adeline Yen Mah, emotioneel werd verwaarloosd. Nadat Adelines moeder in het kraambed is gestorven, trouwt haar vader met de beeldschone, in het westen opgevoede Niang, het ultieme statussymbool in het Shanghai van de jaren dertig. Niang behandelt haar stiefkinderen als tweederangsburgers, met Adeline als grootste zondebok. Ze wordt gepest, niemand komt haar na school ophalen en thuis mag er niemand komen spelen. Na de vlucht van het gezin naar Hongkong, in 1949, wordt Adeline naar een internaat gestuurd, waar ze post noch bezoek ontvangt. En terwijl haar vader zich ontwikkelt tot een van Hongkongs meest succesvolle ondernemers, wordt zij steeds meer aan haar lot overgelaten. De vrijheid en onafhankelijkheid waarvan ze droomt, bereikt ze uiteindelijk op eigen kracht. "Vallende bladeren"