Met personificaties bedoelt men menselijk eigenschappen toekennen aan niet niet-menselijke objecten. Marie Metz Koning is daar niet zuinig mee. Niet alleen dieren, bloemen, struiken en bomen kunnen voelen, denken en praten, maar ook levenloze dingen als een molen, waterrad en een beek. In hoofdstuk 1 wordt er in een bos een viooltje geboren. Uitgebreid wordt er verteld hoe dit tere plantje de wereld om zich heen ervaart. Na een paar dagen komt een kikker haar bezoeken. Hij is wijs en heeft veel levenservaring. Er ontstaat een interessante dialoog tussen die twee. Het nieuwsgierig viooltje vraagt hem veel en de kikker praat graag, dus dat komt goed uit. De dialogen zijn komisch, vooral de kritiek van de kikker op de mensen is interessant. Het zal de lezer tot nadenken aanzetten In hoofdstuk 2 belandt de lezer in een weiland vol madeliefjes en daartussen wordt opeens een tulp geboren. De madeliefjes zijn daar niet blij mee. Veel te groot en arrogant vinden ze de tulp. Als het weiland