Koning Goedhart krijgt een brief van kabouter Pierewiet. Pierewiet is een oude kabouter die ver weg in het bos woont. Hij vraagt of prins Wipneus misschien bij hem mag komen logeren. En hij mag ook een vriendeje meenemen. Daar hebben Wipneus en Pim wel oren naar. En zo gaan ze op pad op de konijntjes Witstaartje en Zwartstaartje. Maar 's avonds wordt het slecht weer en in het donkere bos zoeken ze een slaapplaats. Ze vinden een huisje met wel erg merkwaardige bewoners: twee betoverde prinsen. Reus Rollebom heeft met toverzalf over hun neuzen gewreven en daarom zullen ze na 100 dagen sterven. En er zijn nog maar vijf dagen over! Alleen als ze opnieuw met de toverzalf ingesmeerd worden, zal de betovering verbroeken worden. Wipneus en Pim beloven dat ze dat klusje wel even zullen klaren. Ze gaan op weg, maar helaas krijgt Witstaartje een ongeluk. Gelukkig komen ze Opa Melk tegen. Bij hem kunnen ze slapen, maar niet nadat ze eerst de muizen in de schuur hebben verjaagd. Als ze daarmee