Al eerder heeft Hella S. Haasse laten zien dat feiten, opgediept uit kronieken en archieven pas gaan spreken als ze door de verbeelding worden aangeraakt. Wat verborgen of onverklaarbaar was, is altijd de voedingsbodem geweest voor de thema's van haar romans en verhalen.In Zwanen schenen worden feiten uit haar eigen familieverleden bron van speculatie. Niet de feiten zelf zijn belangrijk, maar de associaties die zij oproepen en het proces van verandering en herschepping, dat de herinnering aan die feiten ondergaat.Beelden, tijdens een treinreis in het voorbijrijden waargenomen (een boogschutter in een Frans woud, een dode zwaan in een weiland bij Leiden), blijken de aanzet tot een reeks samenhangende teksten: autobiografische aantekeningen over twee dominerende grootmoeders en hun invloed op het gezin waarin Hella Haasse opgroeide, het relaas van de moeilijke beginjaren in Australië van haar geëmigreerde broer, dat de opmaat vormt tot een verhaal over een fictief personage, de jonge